In de tijd van de Middeleeuwen waren er al gildes; die als doelstelling hadden de burgerbevolking te beschermen. In die tijd was het ook vanzelf sprekend dat de schutterijen verbonden waren met de kerk.
De verbondenheid met de kerk blijkt uit tal van bijzonderheden. Iedere schutterij koos voor een patroonsheilige die tot de verbeelding sprak.. In de sacramentsprocessie loopt de schutterij aan het begin van de processie of zij flankeerden de priester met het Allerheiligste. In de tijd van de Reformatie werd d.m.v. o.a. wegversperringen getracht de processie te ontregelen. De bielemannen van de schutterij hadden o.a. als taak het opruimen van de wegversperringen zodat de processie door kon gaan.
De verbondenheid met de gemeenschap blijkt uit het feit dat zij een toezichthoudende taak hadden bij relletjes, feesten, brand en overige gebeurtenissen. Maar zij werden ook ingezet als hun stad of dorp werd belegerd door vijandelijke legers.
Door de Reformatie werd in Nederland de schutterijen voor en na opgeheven; behalve in Limburg, Brabant en Gelderland.
Bij de invoering van de Landweerwet werden alle schutterijen officieel opgeheven. In de meeste plaatsen bleven de schutterijen/gildes bestaan. Door het wegvallen van het weerbaarheidselement is er iets nieuws voor in de plaats gekomen. Het nieuwe element betreft dat van ontspanning.
Op dit moment heeft de schutterij als "taken": het beoefenen van de schietkunst, het instandhouden van de schuttersfolklore, het opluisteren van kerkelijke en overige feestelijkheden.